- Ik bied hem ondersteuning aan en help hem een oplossing te zoeken.
- Ik laat hem weten dat ik zijn oprechtheid waardeer, maar ik bemoei me niet.
- Ik stel voor dat hij met zijn leidinggevende praat.
- Ik richt me op hoe zijn toestand mijn werk beïnvloedt.
- Ik vraag hem wat hij specifiek van mij verwacht, en daarop zal ik mijn handelen aanpassen.