- Ik neem iets lichts, zoals thee en fruit.
- Ik negeer het en eet zoals gewoonlijk.
- Ik zoek iets dat me snel op de been helpt, zoals koffie of een energiedrank.
- Ik wacht tot ik honger krijg, ik ga mezelf niet dwingen.
- Ik zoek de oorzaak van mijn toestand en pas mijn dieet daarop aan.