- Ik ben onrustig en heb beweging nodig, anders voel ik me niet goed.
- Ik let er niet echt op, ik heb andere dingen te doen.
- Ik begin me vermoeider en energielozer te voelen.
- Ik mis beweging, maar ik kan me aanpassen aan de situatie.
- Ik geniet van pauzes, dan heb ik tenminste meer tijd om te ontspannen.