- Toen ik tegelijkertijd werk- of gezinsproblemen had en niet wist waar te beginnen.
- Toen ik me realiseerde dat ik niet bezig was met mezelf of mijn behoeften.
- Bij het gevoel dat ik perfect moet zijn in alles en dat ik te veel tijd heb opgeofferd.
- Toen ik niet genoeg tijd had om te ontspannen en het gevoel had dat het zich steeds ophoopte.
- Toen ik het gevoel had dat de wereld om me heen sneller werd en ik moeilijker kon bijbenen.