- Ik dwaal met mijn gedachten en laat ze stromen.
- Ik vat de dag samen en overweeg wat ik beter had kunnen doen.
- Ik zoek afleiding - ik zet iets aan, ik neem iets.
- Ik doof alles om me heen en probeer me in de stilte te verdiepen.
- Ik plan mijn dag van morgen, zodat ik voorbereid ben.