- Ik voel me opgelucht als ik zie dat hij een goed plan heeft en de juiste richting op gaat.
- Ik voel frustratie als hij het niet goed doet of als hij anderen negeert.
- Ik wacht liever af en kijk of hij zich als een goede leider zal bewijzen.
- Het is belangrijk voor mij dat er ruimte is voor discussie, en als ik die niet zie, zal ik het voorstellen.
- Als ik het gevoel heb dat ik een betere oplossing heb, zal ik proberen het subtiel door te voeren.