- Ik beweeg me alleen als ik moet, bijvoorbeeld tijdens het woon-werkverkeer.
- Ik hou van sport, maar ik vind niet altijd tijd om het te doen.
- Ik sport of train regelmatig, het is een onderdeel van mijn leven.
- Ik probeer beweging in dagelijkse activiteiten te integreren, zoals wandelen.
- Ik laat het aan het toeval over – als er een kans verschijnt, beweeg ik me.